Door deze site te gebruiken, je akkoord met het gebruik van cookies voor analyse, persoonlijke inhoud en advertenties.
U gebruikt een verouderde browser. Gebruik een ondersteunde versie voor de beste ervaring op MSN.

Grenzen verleggen in Andalusië

Logo De Telegraaf De Telegraaf 19/05/2017 Reza Bakhtali
© Martin Hogeboom

Zeekajakken, hiken, duiken en coasteering... Vier dagen lang uit je comfortzone in de natuur van Andalusië. Actiever dan ooit, maar weer voldaan en ontspannen naar huis. Mindfulness en meditatie heb je niet meer nodig.

Een picknick 2.0 zou je mijn lunch op deze zomerse middag in de bergen van Andalusië kunnen noemen. „We hebben pasta met zalm en peultjes. Er zijn ook nog plakjes chorizo, boquerones (ansjovis, red.) en manchego”, zegt Sophie Bruinsma, een Nederlandse onderneemster die al 18 jaar in het Andalusische kustplaatsje La Herradura woont, in de provincie Granada. Ze heeft ons meegenomen voor een hike en picknick door de bergen Castillejos rond El Rescate, op 30 kilometer van La Herradura.

We maken een ontspannen wandeling die volgens Sophie goed te doen is. Mei blijkt een prachtige periode voor een hike in deze omgeving, want alle planten staan in bloei. Onderweg komen de aromatische geuren van tijm en rozemarijn je tegemoet en kleurt de omgeving groen, paars en geel, alles onder een strakblauwe hemel. De hike blijkt toch niet altijd even makkelijk. Af en toe is het zelfs een regelrechte klim. Spooky, de hond van een wandelgenoot, trippelt als een berggeit in rap tempo omhoog, om ons na een rondje gewoon weer tegemoet te komen.

Ik trek onderweg drie conclusies. Kijk goed uit waar je je handen plaatst als je je weg omhoog en omlaag zoekt, want je grijpt zomaar in een plant met venijnige stekels (gelukkig waren een flesje desinfecterende vloeistof en verband aanwezig). Twee: meditatie en mindfulness zijn eigenlijk overbodig als je in de buitenlucht zo geconcentreerd met je lichaam bezig bent. Je belandt vanzelf in een zentoestand! Tot slot: afdalen blijkt een stuk lastiger dan klimmen.

Uiteindelijk bereiken we het hoogste punt in de vallei en maakt een zekere euforie zich van ons meester. Het panoramisch uitzicht is er eentje om in te lijsten. Links in de verte de besneeuwde toppen van het Sierra Nevada-gebergte, rechts het azuurblauwe water van de Costa Tropical, met een rits rustige kustplaatsjes. Een van die kustplaatsjes is het eerder genoemde La Herradura, muy tranquilo, met slechts 3000 inwoners. Buiten de zomermaanden is het heerlijk rustig. In juli en augustus is het wat drukker, wanneer vele Spanjaarden uit Malaga en Granada naar hun pied-à-terres in La Herradura en omgeving trekken.

La Herradura betekent hoefijzer, een bijnaam die uit de oudheid stamt en die naar de vorm van de baai verwijst. Er is dankzij een tropisch microklimaat 320 dagen zon. Zelfs in december kun je in je badkleding aan het strand liggen! We zijn echter niet in La Herradura om te luieren. Actief is deze week het devies. De omgeving is ideaal voor allerhande buitenactiviteiten: wij gaan deze week niet alleen hiken, maar ook zeekajakken en duiken. Verder staat coasteering op het programma. Drie dingen die ik nog nooit heb gedaan en ik had dan ooik geen idee wat de laatste activiteit inhield. Coasteering is ’een sport waarbij kliffen al klimmend, springend en zwemmend worden verkend’, zo ontdek ik online. Voor dit avontuur verzamelen we ’s ochtends op het strand van La Herradura.

Het is er aangenaam rustig, met slechts het geluid van golven en meeuwen en in de verte een klein vissersbootje, op zoek naar sardientjes en ansjovis. De ervaren Spaanse ’coasteerders’ Ivan en Santiago lossen vier kajaks terwijl we ons in wetsuits en reddingsvesten hijsen. Bovendien krijgen we een helm op. Geen overbodige luxe als je van een klif naar beneden gaat springen. Voor onze coasteering-sessie kajakken we eerst in paren van twee over zee naar een ander strandje. Het water blijkt een stuk kouder dan verwacht, maar instappen vanaf het strand gaat ons goed af. Even oefenen met de synchronisatie van onze slagen en vamos! Na aankomst op het strandje start de rotsklimexercitie. Wederom is opperste concentratie vereist tijdens het zoeken naar een weg tussen en over de rotsen. Achter elkaar aan, soms op handen en voeten, als aapjes.

Ivan laat zien waar we het beste onze eerste sprong kunnen maken en laat zich vallen in het kalme blauwe water dat schittert door de zon. Mijn eigen sprong smaakt direct naar meer. Bovendien blijven we dankzij de reddingsvesten heerlijk ontspannen dobberen. Voor ik het weet, sta ik op een klif van zeven meter hoog, toegejuicht door mijn klimgenoten. „Jeronimoooo”, klinkt mijn juichkreet. Het duurt toch nog een aantal seconden voordat ik het water raak, maar de adrenaline geeft een enorme kick. Het is dat dit stuk geen hogere kliffen kent, anders... We kajakken verder richting Playa de Cantarriján en duiken onderweg een grot in voor een nieuwe klim: in het donker en over gladde rotsen. Het is echter de moeite waard omdat we worden beloond met een toffe selfie. Het idee dat er vele vleermuizen hangen, maakt me niet enthousiast. Gelukkig laten ze zich niet zien. Ivan en Santiago bewijzen dat ze echte professionals zijn door vanaf een metertje of twaalf naar beneden te springen.

Vergeet maar wat ik eerder beweerde... Zeven meter is hoog genoeg. Redelijk moe van dit avontuur wacht ons een halfuur later op Playa de Cantarriján bij restaurant Bola Marina een vreselijk goede paella en een ijskoud glas tinto de verano: rode wijn met tonic en een schijfje sinaasappel. Ook bij de buren La Baracca blijkt het goed toeven in de witte loungestoelen op een strand waar je niet hutjemutje ligt. Na een uurtje luieren aan dat fijne strand trekken we onze wandelschoenen aan die per auto naar Playa de Cantarriján zijn gebracht. De zon schijnt tegen rond een uur zes minder fel, ideaal licht voor (Instagramwaardige) foto’s. Vanaf Playa de Cantarriján wandelen we via de droge bedding van rivier Arroyo de berg op. Deze hike door Acantilados de Maro-Cerro Gordo, een natuurreservaat van 1814 hectare, leidt langs hoge groene kliffen maar is desondanks goed te doen.

Onderweg hebben we een meesterlijk uitzicht op de kust en uitkijktorens Torre de la Caleta, Torre del Pino en Torre de Cerro Gordo. Ze werden in de zestiende eeuw gebruikt om via lichtsignalen voor dreigende piraten te waarschuwen. Onderweg komen we ook een paar berggeiten tegen. Bijzonder, omdat deze schuwe beestjes zich zelden laten zien. Wie naast natuur ook behoefte aan cultuur heeft, hoeft niet ver te reizen. Het stadje Almuñécar ligt net voorbij de baai van La Herradura en bestaat al sinds 800 voor Christus toen het Sexi heette. Deze kolonie van de Feniciërs kwam in de loop der tijd onder bewind van de Romeinen, Visgothen, Moren en uiteindelijk de Spaans-Habsburgse monarchie.

We maken een rondje door Almuñécar, langs historische bezienswaardigheden zoals de overblijfselen van een oude Romeinse overslag waar vroeger vis werd gepekeld en het kasteel San Miguel, gebouwd door de Feniciërs en Romeinen. Nu is een archeologisch museum gevestigd. Ook nu zijn stevige schoenen (en een goede conditie) een vereiste want het is een redelijke klim naar het kasteel. De route leidt langs bijzonder fraaie binnenplaatjes en kronkelende straatjes. Boven in het kasteel heb je een fraai weids uitzicht over de baai van Almuñécar.

Een wandeling door het centrum wijst uit dat de overwinning op de Moren nog altijd enorm belangrijk wordt gevonden, gezien het opmerkelijke stadswapen: een schip met drie dode Moren die in een bloederige zee drijven. Ook wij duiken in zee, al is de setting niet zo macaber. Tijdens een try dive bij het Centro de Buceo in La Herradura krijgen we de kans om te duiken zonder in het bezit van een brevet te zijn. Gelukkig dook ik al eens in Thailand, maar ik kan zeker een opfrisbeurt gebruiken. Na de instructie zetten we per Zodiac koers naar een locatie waar het water twaalf meter diep is. De complete bepakking met onder meer loodgordel, flessen, vinnen en trimvest en luchtflessen voelt wat ongemakkelijk en achterover kukelen is spannend.

Daarna is het alleen maar genieten van alle vissen en planten in het heldere water. Omdat de instructeur via het met lucht gevulde trimvest ons drijfvermogen (en dus het afdalen) regelt, is de duik een fluitje van een cent. Na afloop is er vooral trots omdat we inderdaad een diepte van twaalf meter hebben bereikt. Een zijn met de natuur tijdens buitenactiviteiten geeft enorm veel voldoening en het is jammer dat ik niet meer heb kunnen doen. Canyoning en paragliding behoren ook tot de mogelijkheden! Reden genoeg om terug te keren. Eén ding is zeker: louter luieren aan het strand of zwembad is er voor deze verslaggever niet meer bij.

Info reclamekeuze
Info reclamekeuze

Meer van De Telegraaf

image beaconimage beaconimage beacon