U gebruikt een oudere browserversie. Gebruik een ondersteunde versie voor de beste ervaring op MSN.

Merel werd bedreigd in het park: Ik moest mijn broek uittrekken

Logo De Telegraaf De Telegraaf 26-4-2019 Redactie VROUW
© Aangeboden door TMG - Telegraaf Media Groep

De Amsterdamse Merel de Vries (43) werd gisteren lastiggevallen tijdens haar vaste hardlooprondje. Ze schrijft haar boosheid van zich af op VROUW.nl

Iedere donderdagochtend, trouw als een hond, in dit geval trouw aan ‘Evi’, jog ik door het Westerpark. Zo ook gisterochtend. Om elf uur, op klaarlichte dag, is mijn taak volbracht. Het was een zware sessie dit keer, dus nog wat paars (vermoed ik) aangelopen wandel ik over het hondenuitlaatpad richting huis.

Daar zwaait opeens het klaphekje direct voor mij open. Een man, hij zit op een fiets en blijft daarop zitten, het is alsof hij paardrijdt, blokkeert vanaf zijn stalen ros de doorgang.

Ik moet ‘tol betalen’

Ik zeg dat ik er graag langs wil, maar hij zegt dat ik ‘tol moet betalen’. Hij kijkt me daarbij dreigend en raar aan. Eerst denk ik dat hij een dakloze is die geld van me wil. Nu geef ik vaak geld aan daklozen, maar zeker niet als ze er zo om ‘vragen’.

Ik zeg dat ik geen geld ga geven en dat ik trouwens ook helemaal niets bij me heb, want hardlopen, zie je wel? Een zin waar ik vijf minuten later al spijt van heb, omdat het zo’n typische zin is die een dader tracht te lijmen, een zin waarbij je jezelf gaat verdedigen en tekortdoen, uit zelfbescherming.

Broek uittrekken

Hij zegt dat de tol is dat ik mijn broek moet uittrekken. “Het gaat me niet om geld, snap je?” grinnikt hij. Ik voel me nu heel bedreigd. Het is ochtend, maar er is niemand die mij ziet. Ik probeer langs zijn fiets te lopen, maar hij gaat tegen mij aanstaan en houdt me tegen.

Ik draai van hem weg, zijn tas valt op de grond en hij gebiedt mij deze op te rapen, schreeuwend nu. Ik loop verder en sneller in de richting waar ik vandaan kwam en neem een smal stoepje langs een vijver, waar je alleen over kunt lopen, omdat ik gok dat deze man dusdanig aan zijn fiets is gehecht dat hij me dan niet achterna zal komen.

Terwijl ik loop roept hij dat hij mijn kop eraf zal hakken. Twee keer, al verstond ik het de eerste keer ook wel.

Bang en vooral boos

Het eerste wat ik doe is naar mensen lopen op een sportveld en zodra ik zie dat de man doorfietst, bel ik 1-1-2. Daar nemen ze me meteen serieus, ik vrees dat ik moet zeggen: tot enige verbazing van mij. In mijn (werk)ervaring als psychologe heb ik dat wel eens anders meegemaakt.

Binnen drie minuten staan er vier politiemensen in het park. Ik heb de man op een paar honderd meter gevolgd zonder dat hij mij zag, zodat ik wist waar ze hem konden vinden. Als ik naar ze toe wil lopen, tref ik de betreffende man opeens aan op een bankje.

Hij begint mij opnieuw lastig te vallen. Ik ren er voorbij, want hij heeft de agenten achter hem niet gezien en ik wil niet dat hij ziet dat ik hem aanwijs. Ik ben namelijk bang. Maar vooral ben ik boos.

Ik wil me veilig voelen

Ik wil gewoon kunnen hardlopen in het park op donderdagochtend, ik wil vrij zijn, ik wil dat mijn lichaam van mij is en mijn persoonlijke ruimte ook. Ik wil me veilig voelen en alleen maar blij zijn dat alles bloeit om me heen, balen dat ik te weinig hardloop waardoor het zo zwaar is vandaag. Meer niet. Ik wil er met mijn kinderen naar toe gaan zonder dat het is besmeurd met onveilige ervaringen.

Het woedendst ben ik over het feit dat ik gedachten had over of ik fysiek met hem kon vechten en winnen, voor het geval het zover kwam. Of hij een wapen had en mij zou kunnen doden. Over dat dit gedachten zijn die op zo’n moment heel normaal zijn, terwijl hier niets normaal aan is.

Vrezen voor verkrachting

Over dat dit weer zo’n situatie is waarin je zo vaak terechtkomt; je leert in je leven gewoon mannen van je af te schudden, te zoeken naar eventuele nooduitgangen, te vrezen voor verkrachting, ergens toch ook vrezen voor verwonding en erger.

Dat is verre van normaal en het moet worden gestopt. Het is goed om daar woedend en strijdbaar over te zijn. Als iedereen daar strijdbaar over is, dan is er een collectieve intentie het te veranderen.

De Amsterdamse politie toont zich wederom mijn beste vriend. Als ik doorloop terwijl zij de man aanspreken, stopt er verderop een motoragent naast me. Hij vraagt of ik aangifte wil doen en zegt dat het goed is dat ik heb gebeld en dat die aangifte echt iets zou kunnen betekenen. Ook dat betwijfelde ik daarvoor ten zeerste.

Bekende van de politie

Als ik even later bij de balie sta om aangifte te doen op het bureau, geëscorteerd door de motoragent: “k rij gezellig naast je, zal ik alvast wat drinken regelen?”, word ik opgevangen door een begripvolle mevrouw bij de balie. Allerliefst, heel steunend.

Er komt nog een rechercheur voorbij die me zegt dat dit echt een verschil maakt om deze man van de straat of in hulpverlening te krijgen en dat hij een bekende is van de politie. Het zou me niets verbazen als hij al vaker vrouwen iets heeft misdaan.

Het mooiste van deze ervaring is dan ook dat mijn terechte, gezonde woede zonder enige twijfel en met volle inzet werd gedeeld door de politie. Zij, politie, ik burger; zij mannen, ik vrouw, wij waren één in de strijd om ons park, onze leefomgeving, veilig te houden en te beschermen. Dat is ontzettend hoopgevend.


Info
Info

Meer van De Telegraaf

image beaconimage beaconimage beacon