U gebruikt een oudere browserversie. Gebruik een ondersteunde versie voor de beste ervaring op MSN.

Waarom verspreidt de politie opsporingsbeelden soms zo laat?

Logo RTL Nieuws RTL Nieuws 18-9-2020 RTL Nieuws
Op deze beelden zijn de verdachten te zien van de aanranding op nieuwjaarsdag. © Politie Op deze beelden zijn de verdachten te zien van de aanranding op nieuwjaarsdag.

De Amsterdamse politie besteedde laatst in een opsporingsprogramma aandacht aan een aanranding op nieuwjaarsdag, acht maanden geleden. Voor het eerst werden bewakingsbeelden gedeeld waarop de verdachten te zien waren. Waarom wachtte de politie zo lang?

In dit specifieke geval wil de politie niet veel kwijt over de lange tijd tussen het voorval en het tonen van camerabeelden. "Dat is te inhoudelijk om extern te delen", zegt opsporingsvoorlichter Marijke Stor. 

Zwaar opsporingsmiddel

Meer in het algemeen wil ze wel het een en ander kwijt over het gebruiken van bijvoorbeeld bewakingsbeelden bij het opsporen van een verdachte. 

Soms heeft de politie beeldmateriaal van verdachten snel in bezit, soms is het onderzoek al een tijdje aan de gang wanneer de beelden boven water komen, zegt ze. "Hoe dan ook: het tonen van beelden is een zwaar opsporingsmiddel en we mogen dit dus ook niet zomaar doen."

Meestal bepaalt het Openbaar Ministerie of beelden gedeeld kunnen worden en op welke voorwaarden. Als er snelheid geboden is of sprake is van heterdaad, dan kan de politie zelf besluiten om beeldmateriaal te verspreiden.

Voorwaarden

Zodra het om beelden gaat waar personen herkenbaar of herleidbaar op staan, moet de politie eerst contact opnemen met de officier van justitie, zegt persvoorlichter Franklin Wattimena van het OM Amsterdam. "De officier van justitie legt de zaak voor aan de persofficier, die vervolgens toestemming kan geven om de beelden te gebruiken."

Een zorgvuldige afweging

Het belang van een opsporingsbericht moet in verhouding staan tot de inbreuk die het tonen van de beelden maakt op bijvoorbeeld hun privacy. Ook moet het verspreiden van de beelden de beste manier zijn om erachter te komen wie de verdachten zijn.

Zowel de politie als het Openbaar Ministerie wijst erop dat door internet- en socialmediagebruik verspreide beelden van verdachten in het 'permanente digitale geheugen' terechtkomen. Daardoor is het volledig verwijderen ervan niet meer mogelijk.

De verspreiding van opsporingsbeelden gaat steeds vaker hand in hand met bijvoorbeeld het manipuleren van die beelden. Dat 'noopt tot een zorgvuldige afweging', valt te lezen in de zogenoemde Aanwijzing opsporingsberichtgeving.

Privacybelangen

Het OM stelt vaak als voorwaarde dat de politie eerst andere opsporingsmogelijkheden moet hebben ingezet. Opsporingsvoorlichter Stor: "Dit kost uiteraard tijd, waardoor het soms lang duurt voordat we met beschikbare beelden naar buiten komen."

Andersom kan het ook enige tijd duren voordat het OM een verzoek ontvangt van de politie. "In veel zaken die niet spoedeisend zijn, kan het OM het verzoek om de beelden vrij te geven pas in een later stadium van de politie krijgen", zegt Wattimena. Bijvoorbeeld omdat de politie de beelden vanwege privacybelangen tot het laatst wil bewaren.

Minder spoedeisend

Op het moment dat de persofficier toestemming geeft, mogen de beelden worden uitgezonden of gepubliceerd. Maar, zegt voorlichter Wattimena, er kunnen maar een paar opsporingsberichten per week voor op televisie worden ingepland. 

"Hierdoor kan het voorkomen dat de beelden niet direct worden uitgezonden. Beelden die betrekking hebben op levensbedreigende en gevoelige zaken krijgen een prioriteit boven andere zaken, waardoor een zaak die minder spoedeisend is, langer op uitzending moet wachten."

Heeft het nog zin?

De grote vraag die overblijft bij, bijvoorbeeld, het Amsterdamse voorbeeld aan het begin van dit verhaal: gaan mensen de daders nog wel herkennen op de beelden, zoveel maanden na het delict?

Daar kan Annelies Vredeveldt kort over zijn: nee. Vredeveldt is gepromoveerd in rechtspsychologie en doet veel onderzoek naar ooggetuigenverslagen. Bij het verspreiden spelen de kwaliteit van de beelden en de verstreken tijd een belangrijke rol, zegt ze. "Beelden zo snel mogelijk verspreiden is het beste. Uit experimenten blijkt dat mensen die beelden op korte termijn zien, al fouten maken, ook bij een goede beeldkwaliteit."

"Het belangrijkste verschil bij het bekijken van die beelden is of je een bekende wilt herkennen of iemand die je één of twee keer gezien hebt", zegt ze. "Met de kwaliteit van de foto's van het delict in Amsterdam betwijfel ik of je een van de verdachten herkent, zeker na acht maanden."

Onderscheidend

Heeft het dan helemaal geen zin om de beelden nog uit te zenden? "Mensen zullen zich alleen nog iets herinneren als er iets met die vier mannen is gebeurd waardoor je ze je acht maanden later nog herinnert", zegt Vredeveldt.

En daar zijn de camerabeelden niet eens per se voor nodig. "Dat het om vier mannen gaat die goed Engels spreken is onderscheidend, maar niet gekoppeld aan deze beelden", aldus de onderzoekster.

Info
Info

Meer van RTL Nieuws

RTL Nieuws
RTL Nieuws
image beaconimage beaconimage beacon