U gebruikt een oudere browserversie. Gebruik een ondersteunde versie voor de beste ervaring op MSN.

Tweede Kamerpersoneel voelt zich niet veilig op de werkvloer

Logo NRC NRC 6 dagen geleden Emilie van Outeren
Een bode van de Tweede Kamer. Het ‘werkbelevingsonderzoek’ is uitgevoerd onder de ambtenaren van ondersteunende diensten – van de catering tot de griffier – maar niet Kamerleden en mensen die direct voor hen werken. © Foto Phil Nijhuis Een bode van de Tweede Kamer. Het ‘werkbelevingsonderzoek’ is uitgevoerd onder de ambtenaren van ondersteunende diensten – van de catering tot de griffier – maar niet Kamerleden en mensen die direct voor hen werken.

Zeven Tweede Kamerwerknemers zijn slachtoffer van seksuele intimidatie. Niemand is tevreden met de afhandeling van hun zaak.

Toen de internationale golf van MeToo-schandalen begin dit jaar het Binnenhof bereikte, leek Den Haag voortvarend aan de slag te gaan. Er zouden onderzoeken gedaan worden en maatregelen genomen om een veilige werkomgeving te creëren voor ambtenaren en politici. Van die getoonde ambities is nog weinig terechtgekomen, zo blijkt uit een intern onderzoek van de Tweede Kamer, dat in handen is van NRC, en een rondgang langs Kamerfracties en ministeries.

Van de politieke partijen die een intern onderzoek beloofden, heeft alleen GroenLinks dat inmiddels afgerond. Andere partijen zijn nog in de voorbereidingsfase, of zien ervan af.

Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt dat, naar aanleiding van een Kamermotie uit februari, in reguliere onderzoeken onder ambtenaren speciale vragen zijn opgenomen over ongewenst seksueel gedrag. De bevindingen worden in mei verwacht. Daarnaast is geprobeerd „de toegankelijkheid van vertrouwenspersonen laagdrempeliger te maken”. Vanaf 2020 moeten alle ministeries interne integriteitsschendingen publiceren.

Seksuele intimidatie

Binnen de Tweede Kamer is in september een veelomvattend ‘werkbelevingsonderzoek’ uitgevoerd. In de enquête, ingevuld door 300 van de 415 ambtenaren, zaten enkele vragen over seksuele intimidatie. Zeven mensen hebben aangeven daar slachtoffer van te zijn geweest: 2,1 procent.

Dat percentage laat zich lastig vergelijken, omdat de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van onderzoeksbureau TNO, die als ijkpunt geldt, geënquêteerden niet vraagt naar ‘seksuele intimidatie’, maar – breder – naar ‘ongewenste seksuele aandacht’. In het laatst gemeten jaar had in de sector openbaar bestuur 4,9 procent van de werknemers daar persoonlijk mee te maken gehad.

Sociale veiligheid

Opmerkelijk is dat vier van de zeven slachtoffers zeggen hun incident eerder binnen de Kamer te hebben gemeld, bijvoorbeeld bij een vertrouwenspersoon of leidinggevende. Van hen is „100 procent ontevreden” met de wijze waarop hun klacht door de organisatie is afgehandeld.

Op sociale veiligheid scoort de Kamer ook slecht. Slechts 18 procent vindt de organisatie „veilig om een risico te nemen” en „ongeveer eenderde stelt dat fouten maken negatieve persoonlijke consequenties kan hebben”. Uit uitgelekte notulen blijkt dat de ondernemingsraad zelfs spreekt van „een (groot) gevoel van onveiligheid” onder het personeel.

Hoewel Kamervoorzitter Khadija Arib het onderzoek in juni zelf publiekelijk aankondigde, wil zij niet ingaan op de methode, resultaten en vervolgstappen. „We gaan ermee aan de slag”, belooft haar woordvoerder.

Ondernemingsraad-voorzitter Ton van der Zee maakt zich zorgen. „We weten dat mensen het melden van misstanden moeilijk vinden en hieruit blijkt dat klachten ook slecht worden behandeld.”

Internationale beweging

Het werkbelevingsonderzoek van de Tweede Kamer is uitgevoerd in reactie op de internationale beweging van vrouwen – en mannen – die onder de hashtag #MeToo vertelden over seksueel overschrijdend gedrag dat zij hebben ondervonden, vooral tijdens werk. Rond het Binnenhof haalden twee gevallen de publiciteit. VVD-Kamerlid Han ten Broeke stapte op om „een ongelijkwaardige relatie” met een fractiemedewerkster. GroenLinks ontsloeg een werknemer die een stagiaire had aangerand.

Begin dit jaar leek er op initiatief van D66 een flink onderzoek te zullen komen naar MeToo. Maar vervolgens verhinderden verschillende partijen, waaronder D66, dat hun fractiemedewerkers zouden worden opgenomen in een Kamerbreed onderzoek. In de enquête die de Tweede Kamer uiteindelijk heeft laten doen, zijn de ambtenaren van ondersteunende diensten – van de catering tot de griffier – bevraagd, maar niet Kamerleden en mensen die direct voor hen werken.

Eventuele consequenties

De meeste Kamerfracties beloofden voor de zomer eigen onderzoeken in te stellen. Desgevraagd zegt een woordvoerder van GroenLinks dat hun onderzoek – onder fractiemedewerkers – inmiddels is afgerond. Zij wil niets zeggen over de resultaten of eventuele consequenties.

VVD, CDA, PvdA en 50Plus, melden dat hun onderzoeken nog in voorbereiding zijn. De PvdD heeft een gepland onderzoek uitgesteld. D66 en de ChristenUnie zijn iets verder gevorderd. Zij hebben een extern bureau in de arm genomen om begin volgend jaar onderzoek te verrichten dat hun medewerkers en Kamerleden zal omvatten. De SP gaat geen extern bureau inhuren. De PVV zal waarschijnlijk geen onderzoek verrichten. SGP, Denk en Forum voor Democratie evenmin.

Het is onbekend of fractie-onderzoeken zich specifiek zullen richten op het opsporen van MeToo-gevallen of algemener de tevredenheid van werknemers peilen.

Intimidatie van ‘externen’

In het Kameronderzoek is gevraagd of iemand in de laatste twaalf maanden seksuele intimidatie heeft ervaren, en door wie. Bij vijf van de zeven gevallen was een collega of leidinggevende betrokken, twee keer kwam de intimidatie van ‘externen’, dat kunnen burgers zijn die de Kamer bezoeken of politici en hun medewerkers. Wat precies is voorgevallen, blijft vaag. „Seksuele intimidatie gaat meestal over betasting of seksueel getinte grappen”, aldus het onderzoek.

Datzelfde geldt voor andere vormen van ongewenst gedrag. Bedreiging of agressie zou bij 33 mensen zijn voorgekomen, 22 medewerkers zijn het slachtoffer geweest van pesten en 18 van discriminatie.

In open vragen zeggen medewerkers „duidelijkheid in structuur en verantwoordelijkheden” van hun ambtelijke en politieke leidinggevenden te missen. De ondernemingsraad uit in de gelekte notulen bovendien „stevige zorgen over de bejegening van de werknemers door de politieke top van de organisatie”. Daarmee wordt Kamervoorzitter Arib bedoeld.

M.m.v. Lamyae Aharouay en Barbara Rijlaarsdam

Correctie 6-12: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de SP een onderzoek in voorbereiding heeft. Inmiddels heeft de partij besloten geen extern bureau in te huren.
Info
Info

Meer van NRC

image beaconimage beaconimage beacon