U gebruikt een oudere browserversie. Gebruik een ondersteunde versie voor de beste ervaring op MSN.

‘Het gif zit midden in de Duitse samenleving’

Logo NRC NRC 20-2-2020 Juurd Eijsvoogel
Een politieagent helpt een vrouw om een kaars aan te steken bij een geïmproviseerd gedenkteken op de plaats van de schietpartij. © Foto Kai Pfaffenbach/Reuters Een politieagent helpt een vrouw om een kaars aan te steken bij een geïmproviseerd gedenkteken op de plaats van de schietpartij.

Net als mevrouw A. met een beker muntthee de huiskamer binnenkomt, neemt Angela Merkel het woord. Natuurlijk staat de televisie aan.

Mevrouw A., die niet met haar naam in de krant wil, is geboren in Turkije. Sinds haar vijfde, nu 43 jaar geleden, woont ze in Duitsland. Ze heeft zich er altijd veilig gevoeld, maar nu is ze nerveus.

Ze woont in een flat in het Duitse Hanau, in de vriendelijke, gemengde wijk Kesselstadt. Op een steenworp afstand schoot een man woensdagavond vijf mensen dood in een kiosk annex café, in het winkelcentrum bij de Lidl. Eerder die avond had hij al vier mensen doodgeschoten in een waterpijpcafé in het centrum van de stad.

De slachtoffers waren allemaal mensen met een migratieachtergrond. In een van de rijtjeshuizen aan de overkant van de straat van mevrouw A. woonde de moeder van de vermoedelijke dader, en de 43-jarige Tobias Rathjen zélf soms ook. Donderdagochtend trof de politie hun beide lijken daar aan.

Lees ook dit verhaal over De denkwereld van de schutter: xenofobie, complotten en waanbeelden

„Racisme is een vergif”, zegt de bondskanselier op het grote tv-scherm aan de muur. „En dat vergif bestaat in onze samenleving.” Veel wijst erop, zegt Merkel, dat de dader uit extreem-rechtse, racistische motieven heeft gehandeld.

Racisme, hier in deze buurt? Mevrouw A. heeft er zelf weinig slechte ervaringen mee. „Maar ik zie er niet blond uit, en dan word je wél meteen ingedeeld bij de buitenlanders.”

Ja, en dan was er die keer in november, dat zij en haar mopshondje George hier in de straat opeens door een man geschopt en geduwd werden. „Was het racisme? Daar wil ik liever niet aan denken.”

Maar deskundigen en autoriteiten weten het langzamerhand zeker. Openlijk racisme en extreem-rechts geweld zijn in Duitsland geen marginale verschijnselen meer. Terwijl mevrouw A. even naar de keuken is om haar lunch klaar te maken, zegt een extremisme-expert op tv over extreem-rechts: „Het grootste gevaar voor onze democratie komt uit het midden van de samenleving.”

Steeds minder taboe

Het is ironisch dat politici van de radicaal-rechtse partij AfD zélf graag betogen dat hun partij is aangekomen „in het midden van de samenleving”. Ze bedoelen dat positief en willen daarmee zeggen dat hun aanhang uit brede lagen van de bevolking komt.

Maar tegelijk met de opkomst van de AfD is ook de vijandigheid ten opzichte van mensen met migratie-achtergrond steeds minder een taboe geworden in het midden van de Duitse samenleving. Dat uit zich in de eerste plaats in onverbloemd en hatelijk taalgebruik, op internet én op politieke bijeenkomsten.

Toen Alexander Gauland als voorzitter van de AfD over topvoetballer Jérôme Boateng, zoon van een Ghanese vader, zei dat „de mensen een Boateng niet als buurman willen”, was er veel kritiek. Maar Gauland bleef aan en is inmiddels erevoorzitter. En de partij bleef groeien.

Vijandig of zelfs racistisch taalgebruik is nog geen geweld. Maar het kan potentiële daders wel inspireren, blijkt keer op keer uit hun manifesten en favoriete bronnen en contacten op internet.

Het heeft lang geduurd voor de Duitse autoriteiten onder ogen zagen dat geweld en terreur van extreem-rechts een groot, reëel en groeiend gevaar zijn. Tussen 2000 en 2007 kon de terreurgroep NSU (Nazionalsozialistischer Untergrund) ongestoord tien mensen vermoorden, van wie er negen een migratie-achtergrond hadden. Politie en justitie negeerden jarenlang aanwijzingen dat de moorden een racistische achtergrond konden hebben en kregen de daders niet te pakken. De autoriteiten waren, zoals hun werd verweten, aan hun rechteroog blind.

De drie NSU-terroristen pleegden hun moorden vanuit een ondergronds bestaan. Maar de reeks extreem-rechtse en racistische gewelddaden die Duitsland sindsdien heeft meegemaakt, werd gepleegd door mensen die, hoewel ze vaak psychisch geïsoleerd of labiel waren, een min of meer burgerlijk bestaan leidden. Ze stonden niet buiten de maatschappij.

De scholier die in 2016 bij een winkelcentrum in München negen jonge mensen met een migratie-achtergrond doodschoot niet. De vermoedelijke moordenaar, vorig jaar, van CDU-politicus Walter Lübcke niet. De extreem-rechtse man die in oktober in Halle twee mensen doodde nadat hij vergeefs geprobeerd had een bloedbad aan te richten in een synagoge in Halle evenmin. En de tot bankmedewerker opgeleide Tobias Rathjen, uit dat rijtjeshuisje in Hanau, stond ook niet buiten de samenleving.

Uit ‘ons’ midden

Steeds duidelijker wordt dat extreem-rechtse figuren met gewelddadige plannen zich zelfs binnen het leger en de politie bevinden, instituties die pijlers van de democratische samenleving zouden moeten zijn. Racistische bedreigingen blijken verstuurd te zijn van computers en faxapparaten van de politie van Frankfurt. En onder de verdachten van een vorige week opgerolde extreem-rechtse terreurcel zat ook een politiebeambte.

De groep zou aanslagen hebben beraamd op politici, moslims en moskeeën. Maar het feit dat de politie de mannen in de gaten had en oppakte, is een teken dat het gevaar van extreem-rechts geweld tegenwoordig serieuzer wordt genomen dan lang het geval was.

De Duitse samenleving is ondertussen allang een doorgaans vreedzame multiculturele samenleving. In Hanau is dat goed te zien in de wijk Kesselstadt, waar men nu rouwt om de doden van de aanslag van woensdagavond. Bij het winkelcentrum waar de schietpartij plaatsvond staan mensen met allerlei achtergronden in groepjes pratend, treurend en soms huilend bijeen. Voor de Turkse supermarkt, voor het döner kebab-zaakje, voor de apotheek en voor de Lidl, die wegens verbouwing gesloten is.

Vlak bij de plaats van de misdaad staan Chima (20) en David (21), beiden met migratie-achtergrond, in de middagpauze wat voor zich uit te kijken op de stoep van een garagebedrijf. Ze hebben vrienden verloren bij de aanslag, zeggen de jonge mannen, die alleen hun voornaam willen noemen. Dat een massamoordenaar in hun midden woonde, kunnen ze nog nauwelijks geloven.

„Ik ben hier geboren en heb me hier altijd goed gevoeld”, zegt Chima. Hij ging hier naar school, naar het jeugdhonk en boksschool en nu werkt hij als automonteur. „Wij komen heel vaak in de kiosk waar die man is gaan schieten. Iedereen had slachtoffer kunnen zijn.”

Echt iedereen? Of vooral mensen, in de woorden van bondskanselier Merkel, „met een andere afkomst, met een ander geloof, of met een ander uiterlijk”?

Even kijkt Chima niet-begrijpend. Dan schudt hij zijn hoofd en zegt: „Ik weet het niet.” Zijn vriend David heeft geen twijfel: „Natuurlijk wist hij dat er in de kiosk altijd veel mensen met een migratie-achtergrond zijn.”

Info
Info

Meer van NRC

image beaconimage beaconimage beacon