U gebruikt een oudere browserversie. Gebruik een ondersteunde versie voor de beste ervaring op MSN.

Vooral ouderen verspreiden nepnieuws via Facebook

Logo NRC NRC 9-1-2019 Hendrik Spiering
NRC © Foto Getty Images/iStockphoto NRC

Juist mensen die niet veel links delen op internet blijken grote verspreiders van nepnieuws. Mensen die heel veel delen op internet delen juist weinig nepnieuws. En ook: hoe ouder iemand is, hoe meer nepnieuws hij of zij verspreidt. Dit blijkt uit analyse van de berichten van ruim duizend Amerikaanse Facebookgebruikers tijdens de verkiezingen van 2016 door drie Amerikaanse politicologen onder leiding van Andrew Guess, die woensdag is gepubliceerd in Science Advances.

Een ander opvallende uitkomst uit de analyse van de Facebookberichten was dat maar weinig mensen nepnieuws delen. Meer dan 90 procent van de Facebookgebruikers uit de representatieve steekproef deelde namelijk geen nepnieuws, zesenhalf procent deelde maar een of twee verhalen.

Dat mensen met een conservatieve achtergrond iets vaker nepnieuws deelden was minder opmerkelijk: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 was het meeste pro-Trump. Een berucht geval is het veel gedeelde verzinsel dat de paus zich achter Trump had opgesteld.

Uit veel geciteerd eerder onderzoek uit 2017 (Journal of Economic Perspectives, lente 2017) was juist gebleken dat ouderen (net als hoogopgeleiden en ervaren internetgebruikers) het minst gevoelig zijn voor nepnieuws. Maar dat blijkt dus niet uit dit onderzoek. Gecorrigeerd voor politieke voorkeur, opleiding en hoeveelheid gedeelde links blijken 65-plussers in het onderzoek van Guess e.a. maar liefst zeven keer zo vaak nepnieuws te delen als dertigers, en ruim twee keer zo vaak als veertigers en vijftigers.

Bewust opgemaakt als nieuwsbericht

De onderzoekers beschouwden nepnieuws als ‘valse of misleidende inhoud die bewust als nieuwsbericht is opgemaakt, vaak om te verdienen aan advertenties’. Bij het doorvlooien van de Facebookberichten van in totaal 1.191 gebruikers checkten de onderzoekers de gedeelde links met een lijst van gedebunkte nepnieuwsberichten uit een indertijd baanbrekend stuk over nepnieuws op Buzzfeed (16 november 2016). Ter controle werd ook gekeken naar een vergelijkbare en deels overlappende lijst uit een peer reviewed wetenschappelijk stuk over nepnieuws, die ongeveer dezelfde resultaten opleverde.

Bekijk ook ons dossier over nepnieuws

In totaal werden in april - november 2016 3.500 mensen ondervraagd over politieke voorkeur en andere kenmerken, 2.628 mensen werden drie maal gesproken. Van 1.191 werden (met toestemming) via een Facebookapp alle verstuurde berichten verkregen. De kracht van het onderzoek is dat daadwerkelijk verstuurde berichten zijn geanalyseerd, en niet op het geheugen en de zelfrapportage van de mensen is vertrouwd. Omdat maar weinig mensen het nepnieuws deelden gaat het wel om relatief kleine aantallen: 101 mensen deelden nepnieuws, waarvan 75 maar één of twee keer.

De onderzoekers konden niet vaststellen of de nepnieuwsdelers ook geloofden dat het nepnieuws waar was. Ook konden ze niet zien welke berichten de Facebookers in hun complete feed hadden gekregen: in theorie zouden de verzenders van nepnieuws juist ook de grote ontvangers van nepnieuws kunnen zijn. Of ouderen door zo’n andere feed zich echt in een andere ‘bubble’ bevinden dan jongeren is dus niet duidelijk.

Ook andere verklaringen blijven speculatief, zo schrijven de onderzoekers. Het zou kunnen dat de zestigers en ouderen te weinig weten van internet om de betrouwbaarheid van nepnieuws te kunnen doorgronden. Het zou kunnen dat ouderen te veel op anderen vertrouwen en dus daarom nepnieuws te gemakkelijk doorgeven. Een andere mogelijkheid, zo schrijven ze, is dat het zwakkere geheugen van ouderen een rol speelt in het zwakkere wantrouwen tegen misleiding op internet.

Info
Info

Meer van NRC

image beaconimage beaconimage beacon